1. Inleiding – Aanleiding en context
De stad verandert. Verdichting, bevolkingsgroei en intensiever gebruik van de openbare ruimte zorgen ervoor dat functies die jarenlang probleemloos naast elkaar bestonden, steeds vaker met elkaar botsen. Dat vraagt om heroverweging.
In Amsterdam is deze ontwikkeling zichtbaar in vrijwel alle domeinen van het dagelijks leven: mobiliteit, toerisme, afval, geluid en groen. Ook hondenbezit maakt deel uit van deze veranderende stedelijke realiteit.
Wat ooit vanzelfsprekend was, verdient herijking in het licht van een hoogstedelijke context waarin ruimte schaars is en gebruiksdruk structureel hoog.
2. Probleemdefinitie – Een scheefgegroeid systeem
Hondenbezit is een private keuze. De gevolgen ervan manifesteren zich echter grotendeels in de publieke ruimte. In de huidige situatie worden lasten en risico's niet evenredig verdeeld.
Kenmerkend voor het bestaande systeem is dat:
- de impact van hondenbezit grotendeels collectief wordt gedragen;
- handhaving structureel tekortschiet;
- overlast, vervuiling en conflicten genormaliseerd raken;
- niet-hondenbezitters beperkt invloed hebben op de situatie.
Het resultaat is een systeem dat in de praktijk scheefgegroeid is: privégebruik met publieke consequenties, zonder passende regulering of uitvoerbaarheid.
3. Hoogstedelijke context – Waarom schaal ertoe doet
Niet elke vorm van gebruik is in elke ruimtelijke context even passend. Wat functioneert in dorpen, buitengebieden of lage-dichtheidswijken, kan in een dichtbevolkte stad fundamenteel andere effecten hebben.
Een hoogstedelijke context wordt gekenmerkt door:
- hoge bevolkingsdichtheid;
- intensief, meervoudig gebruik van dezelfde ruimte;
- beperkte mogelijkheid tot uitwijk of buffering;
- directe nabijheid van wonen, spelen, werken en verblijven.
In zo'n context leidt elk extra gebruik tot directe frictie. Dit is geen waardeoordeel over hondenbezit op zichzelf, maar een constatering over schaal en draagkracht.
4. Externe kosten – Leefbaarheid, gezondheid en onderhoud
De gevolgen van hondenbezit in de stad zijn niet uitsluitend individueel, maar raken de leefomgeving als geheel. Denk hierbij aan:
- vervuiling van stoepen, gevels en groenvoorzieningen;
- geurhinder en hygiënische risico's;
- aantasting van speel- en verblijfsplekken;
- extra schoonmaak- en onderhoudskosten;
- een onevenredige impact op kinderen, ouderen en minder mobiele bewoners.
Deze externe kosten worden niet primair gedragen door de veroorzaker, maar door de stad als collectief. Daarmee ontstaat een structurele spanning tussen privégebruik en publieke leefbaarheid.
5. Handhaving – Structurele onuitvoerbaarheid
Hoewel regels bestaan, blijkt de handhaafbaarheid in de praktijk beperkt. Toezicht op gedrag in de openbare ruimte is arbeidsintensief, selectief en moeilijk schaalbaar.
Gevolgen hiervan zijn:
- lage naleving;
- ongelijke toepassing van regels;
- afnemend vertrouwen in handhaving;
- toenemende normvervaging.
Een systeem dat structureel niet handhaafbaar is, verliest op termijn zijn legitimiteit. Meer regels zonder uitvoerbaarheid leiden niet tot betere uitkomsten, maar tot verdere uitholling.
6. Principieel kader – Ruimte daar waar ruimte is
Hondenbezit is op zichzelf een legitieme keuze. Dat betekent echter niet dat deze keuze in elke context even goed past. Differentiatie naar omgeving is logisch en noodzakelijk.
Het uitgangspunt daarbij is eenvoudig:
Dit principe erkent zowel het bestaansrecht van hondenbezit als de grenzen van de hoogstedelijke ruimte. Het verplaatst het debat van verbieden naar passendheid.
7. Richting voor herijking – Zonder directe maatregelen
De huidige situatie vraagt om herbezinning. Niets doen is eveneens een keuze, met voorspelbare gevolgen voor leefbaarheid, handhaving en vertrouwen.
Een herijking van ruimtegebruik betekent:
- erkennen dat context ertoe doet;
- ruimtegebruik opnieuw wegen naar schaal en dichtheid;
- keuzes expliciet maken in plaats van impliciet gedogen;
- beleid ontwikkelen dat uitvoerbaar en uitlegbaar is.
Dit vraagt om zorgvuldige, gefaseerde besluitvorming, gebaseerd op realistische uitgangspunten.
8. Slot – Uitnodiging tot bestuurlijk gesprek
Dit document beoogt geen eindpunt te zijn, maar een startpunt. Het plaatst hondenbezit in een bredere discussie over stedelijke leefbaarheid, schaarse ruimte en bestuurlijke houdbaarheid.
Een leefbare stad vraagt om keuzes die passen bij haar schaal, dichtheid en toekomst. Het gesprek daarover is onvermijdelijk — de vraag is slechts wanneer en op basis van welke uitgangspunten.
Hoogstedelijk Peil
Niet alles past overal.